Jurjen Vis

Muziek en Geschiedenis

Hofjes van Alkmaar

Hofjes van Alkmaar - Provenhuizen, Huizen en Hofjes in Alkmaar.
Alkmaarse Historische Reeks XIV, 400 pagina’s, rijk geïllustreerd.

Alkmaar is met zijn zestien hofjes Hollands vierde hofjesstad, na Amsterdam, Leiden en Haarlem. Alleen in Alkmaar werden de hofjes provenhuizen genoemd: de functie ging er boven de vorm. In een paar gevallen sleet de aanduiding Provenhuis zelfs af tot Huis: Huis van Zessen, Huis van Achten en Huis van Vieren. Prozaïscher kan niet! Van alle provenhuizen - gesticht tussen 1440 en 1750 - zijn er thans nog zes in gebruik. De Alkmaarse hofjes werden en worden veelal bewoond door vrouwen en in vroeger dagen kregen deze ‘provenvrouwen’ op vaste tijden geld, brood en turf. Eeuwenlang was ook de bewoning van de hofjeskamers gratis. Verschillende hofjesstichters hebben veel verwacht van het samenleven van bewoners met een verschillende religieuze achtergrond. Zeven hofjes waren van meet af aan gemengd en ook in de besturen zat men met verschillende geloven aan tafel. Niet eerder is in een Nederlandse stad een zo omvangrijk en diepgaand onderzoek naar de hofjes en het leven in deze instellingen ondernomen. Alle beschikbare archieven werden bestudeerd en dat heeft geleid tot een uniek, omvangrijk boek. In Hofjes van Alkmaar is niet alleen aandacht voor de gebouwen (met de kunst), maar ook voor de bestuurders en - vooral - de bewoners. Op het eerste gezicht lijken de geschiedenissen rimpelloos. Het is auteur Jurjen Vis echter gelukt hier en daar de kleine en grote dramatiek van het dagelijks leven bloot te leggen.

 

Kloek monument voor Alkmaarse hofjes

Als het gaat om boeken over het plaatselijke hofjesbestand is Alkmaar altijd wat stiefmoederlijk bedeeld. Zijn er bijvoorbeeld over de hofjes van Amsterdam, Den Haag, Haarlem en Leiden rijk geïllustreerde overzichtswerken verschenen – soms meer dan één boek per stad – Alkmaar moest het eigenlijk vooral doen met een al lang geleden verschenen themanummer in het tijdschrift Oud-Alkmaar.

Maar, zoals dat wel vaker gaat, de wet van de remmende voorsprong gaat ook op in het geval van stedelijke overzichten van hofjes: niet alleen heeft Alkmaar nu dan eindelijk een eigen ‘hofjesboek’, het is ook meteen met afstand de omvangrijkste en meest diepgravende studie over een plaatselijk hofjesbestand die ooit in Nederland verschenen is. Men mag wel stellen dat met de publicatie van dit boek – deel 14 van de Alkmaarse Historische Reeks – een mijlpaal is bereikt in het schrijven over hofjes in Nederland. Geen andere studie van de hofjes in een bepaalde stad is zo uitgebreid en doorwrocht als dit boek, dat beslist een kloek monument op zichzelf is voor de – vaak monumentale – hofjes die in Alkmaar vanaf de late Middeleeuwen zijn gesticht. De Stichting Alkmaarse Historische Publicaties, en initiatiefnemer Piet Verhoeven, regent van het Huis van Achten en het Provenhuis van Gerrit Wildeman, verdienen niets dan lof voor het besluit dit boek te laten schrijven, en zich niet te laten hebben beperken tot de publicatie van een mooi plaatjesboek.

Nu ontbreekt het bepaald niet aan mooie plaatjes in deze uiterst verzorgde publicatie. Het boek telt 396 bladzijden, is buitengewoon fraai vormgegeven met veel fraaie afbeeldingen in kleur en zwartwit, en zit boordevol informatie over de rijke geschiedenis van de Alkmaarse hofjes – plaatselijk overigens ook vaak bekend onder de in Alkmaar gangbare term ‘provenhuizen’. De informatieve tekst is onderverdeeld in handzame hoofdstukjes, die door de uiterst prettige bladspiegel uitnodigen tot zowel lezen als bladeren. En voor de belangstellende die zich nader wil verdiepen in de geschiedenis van de Alkmaarse hofjes is er achter in het boek een informatief notenapparaat. Een index stelt bovendien in staat om het een en ander gauw terug te kunnen vinden. En dat allemaal voor een niet bijzonder heftige prijs.

Auteur Jurjen Vis is een zeer gerespecteerd historicus met grote kennis van de Alkmaarse geschiedenis en van de geschiedenis van de sociale zorg in Nederland, en dat is terug te zien in de methodische en diepgaande wijze waarop hij zijn onderwerp te lijf is gegaan. Archief- en literatuuronderzoek liggen ten grondslag aan een gedegen behandeling van de geschiedenis van elk Alkmaars provenhuis, van het oudste, Provenhuis van Rietwijk uit 1440, tot het jongste, het provenhuis van Cornelis van Eijk uit 1752. Het zou te ver voeren om hier uitgebreid uit te weiden over de geschiedenis van de afzonderlijke hofjes en hun soms kleurrijke stichters. Over het algemeen kon de schrijver voor elk provenhuis een beknopte biografische schets van de stichters en hun stichting geven, gevolgd door een beschrijving van de individuele geschiedenis van elk hofje, waarbij ook veel aandacht uitgaat naar de regenten die generaties lang de scepter zwaaiden over de Alkmaarse provenhuizen, waarbij zo af en toe zelfs een smeuïg schandaal de revue passeert – lang niet alle regenten bleken even gewetensvol gedurende hun bestuursperiode, met soms ernstige gevolgen voor het door hen bestuurde provenhuis.

Opvallend aan de geschiedenis van de Alkmaarse hofjes is overigens de grote rol die het adellijke geslacht Van Foreest al eeuwen speelt als hofjesbestuurders in het Alkmaarse, zowel als regenten van het ‘familiehofje’ van Paling en Van Foreest als van verscheidene andere stichtingen. Weliswaar waren zij niet de ‘hoogsten in rang’ onder Alkmaarse hofjesbestuurders – dat waren de tot het Italiaanse koningshuis behorende hertogen van Aosta, die een tijd lang vanuit Italië het Huis van Zessen bestuurden – maar deze ‘magnaten van het Noorderkwartier’ drukten niet alleen hun stempel op de geschiedenis van Alkmaar, Hoorn en de polders rondom de Kaasstad, maar speelden dus ook een belangrijke rol in het sociale leven van hun woonplaats.

Uiteraard zijn zij niet de enigen die gewetensvol en met veel gevoel voor traditie èn oog voor de noodzakelijke vernieuwing de Alkmaarse hofjes bestieren. De regenten van het hofje van Gerrit Wildeman hebben net een omvangrijke restauratie van dat meest opvallende provenhuis van Alkmaar achter de rug, waarmee de stichting van de in godsdienstig opzicht uiterst verdraagzame Gerrit Wildeman er weer netjes bij staat. De wildeman in de gevel en de wildeman in de tuin – de laatste afgebeeld op de omslag – stralen de kracht uit van een levendige hofjestraditie in Alkmaar, die hopelijk nog lang zal bloeien. In elk geval hebben de Alkmaarse regenten met dit kloeke boek hun hofjes op niet mis te verstane wijze op de kaart gezet, en een voorbeeld gegeven dat hopelijk ook elders navolging krijgt.     

dr. Henk Looijesteijn

 

opdrachtgever
Stichting Alkmaarse Historische Publicaties, Alkmaar
 
Alkmaar, 2013
 
ISBN 978-90-821307-0-6